Op weg naar de begroting
1. Inleiding
In de vorige paragraaf hebben we onze financiële positie toegelicht. In dit hoofdstuk geven we aan hoe we hier richting de programmabegroting mee om willen gaan: hoe we omgaan met nieuwe ambities en welke onderzoeksrichtingen we zien om te komen tot een structureel sluitende begroting.
2. Van kadernota naar programmabegroting: financieel solide
De kadernota geeft beleidsmatige richting en kaders aan, die we in de programmabegroting zowel inhoudelijk als financieel verder uitwerken. We willen graag het inhoudelijke gesprek aan over de belangrijkste prioriteiten en de mogelijkheden die er zijn om financiële ruimte te vinden in de begroting.
De kadernota is nadrukkelijk geen begroting. Dit betekent dat we in deze kadernota gezocht hebben naar een goede balans tussen het aangeven van de belangrijkste prioriteiten en onderzoeksrichtingen die we zien om ruimte te creëren. Dit zullen we richting de programmabegroting 2020-2023 verder uitwerken.
Zoals eerder gezegd is financieel solide een belangrijk uitgangspunt voor ons.
Voor de uitvoering van jeugdzorg hebben we extra geld ontvangen, echter we worden niet structureel gecompenseerd voor hogere uitvoeringskosten. Aanvullend wordt landelijk onderzocht om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten extra middelen nodig hebben. Daarnaast worden de komende maanden bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en VNG over hoe het jeugdstelsel effectiever, efficiënter en beter kan gaan functioneren. Zelf verwachten we dat de kostenstijgingen binnen jeugdzorg structureel van aard zijn. Vandaar dat onze financiële koers richting de begroting als volgt is:
- Voor de jaren 2022 en 2023 zullen we de begroting niet sluitend maken en voor die jaren werken met een zichtbaar tekort van circa € 1,7 miljoen (de aanvullende tekorten binnen jeugd zoals we deze hebben voorzien in de eerste financiële rapportage 2019).
- Om dit te bereiken is een structurele bezuiniging nodig van minimaal € 2 miljoen per jaar.
- Eventuele tussentijdse tekorten voor de jaren 2020, 2021 en 2022 dekken we uit de algemene reserve. Deze tekorten proberen we zo goed als mogelijk terug te dringen.
Om deze koers te realiseren zien we de volgende stappen:
- Prioritering van ambities (oud voor nieuw)
- Kritische blik op mogelijke voordelen jaarrekening 2018 en huidige begroting
- Zoek naar mogelijkheden om je inkomsten te verhogen
- Onderzoeksrichtingen voor bezuinigingen.
We gaan richting de programmabegroting 2020-2023 graag met de gemeenteraad in gesprek om uw input over mogelijke bezuinigingen op te halen.
3. Prioritering nieuwe ambities richting programmabegroting
In de kadernota zijn onze speerpunten opgenomen. Daarbij is meerdere malen aangegeven dat posten integraal afgewogen moeten worden binnen de programmabegroting 2020-2023. Onze financiële positie zorgt ervoor dat we de komende maanden scherper moeten prioriteiten en focus moeten aanbrengen. Daarbij is het coalitieakkoord de belangrijkste leidraad. Ook kijken we nadrukkelijk of we speerpunten binnen bestaande budgetten kunnen realiseren.
4. Onderzoeksrichtingen financiële ruimte
4.1 Kritische blik op mogelijke voordelen jaarrekening en huidige begroting
In de jaarrekening 2018 was er sprake van een positief saldo van € 6,9 miljoen (waarvan € 2,4 miljoen voor beschermd wonen). We gaan richting het opstellen van de programmabegroting 2020-2023 nadrukkelijk aan de slag met het analyseren van mogelijke voordelen op het gebied van:
- omgevingsvergunningen (voordeel in 2018 € 850.000)
- inkomensregelingen/ bijstandsuitkeringen (voordeel in 2018 circa € 1,4 miljoen)
- beschermd wonen (voordeel in 2018 € 2,4 miljoen). Dit voordeel wordt in een aparte reserve gestort waarna het saldo van deze reserve circa € 5 miljoen bedraagt. We gaan de besteding van deze reserve scherp in beeld brengen en analyseren de verwachte besteding van het reguliere budget in 2019. Dit geld is overigens regionaal geld, dus een (tijdelijke) andere besteding van de middelen moet regionaal worden afgestemd.
- peuteropvang (voordeel in 2018 circa € 0,1 miljoen)
- rentekosten (voordeel in 2018 circa € 0,4 miljoen).
Op een aantal onderdelen van de begroting willen we sowieso extra kritisch kijken naar financiële ruimte, namelijk:
- het meerjaren investeringsplan (MIP) voor onderwijs/ontmoeten/veiligheid: de geplande investeringen in 2020 bedragen € 39 miljoen. We gaan kritisch kijken naar de uitvoering en naar de planning in de tijd.
- hulp bij huishouding: we hielden de afgelopen jaren geld over op dit budget, maar de vraag is wat het effect is van het abonnementstarief.
- Koplopersproject Waterveiligheid Ravenstein: we hebben grote incidentele bedragen hiervoor begroot in het jaar 2020 en 2021. Het gaat om € 600.000 in 2020 en € 700.000 in 2021. Hiervan willen we bekijken of de deze gelden kunnen afdekken uit de eenmalige winsten uit het grondbedrijf (ABR).
4.2 Mogelijkheden verhogen inkomsten
Financiële ruimte creëren kan ook door de inkomsten te verhogen. Daarom gaan we komende periode aan de slag om te bekijken of we meer gebruik kunnen maken van subsidiemogelijkheden (Europees/vanuit het Rijk/Provinciaal). Daarnaast willen we onderzoeken of we op de volgende onderdelen de inkomsten kunnen verhogen:
- Leges evenementen voor professionele, grote evenementen verhogen;
- Reclamebeleid in de openbare ruimte uitbesteden;
- Groen reststroken verkopen (minder eisen stellen aan voorkant en eventuele uitbesteding van dit proces);
- Precariobelasting verhogen (analyse t.o.v. andere gemeenten en consequente uitvoering);
- Verblijfsbelasting/ toeristenbelasting voor arbeidsmigranten (analyse hoe dit goed te organiseren en inkomsten te realiseren).
4.3 Onderzoeksrichtingen voor bezuinigingen
We hebben de volgende onderzoeksrichtingen geformuleerd om financiële ruimte te vinden in onze begroting. We gaan graag met de gemeenteraad in gesprek om te komen tot aanscherping van deze richtingen. c.q. het toevoegen van nieuwe onderzoeksrichtingen.
Inzetten op kostenbeheersing en knoppenvoorstellen sociaal domein
We zetten in op betere kostenbeheersing en om te komen tot knoppenvoorstellen voor het sociaal domein. De forse kostenstijgingen in het sociaal domein zijn gebaseerd op het voorzetten van het bestaand beleid. Risico daarbij is dat kostenstijging zich in toekomst nog verder gaat doorzetten. We willen richting programmabegroting 2020-2023 in beeld brengen wat de keuzemogelijkheden zijn om het tekort in te kunnen perken. Dit vergt een goede analyse van de kostenstijgingen. We werken dit de komende maanden uit voor de onderdelen:
- Jeugdhulp
- Wmo 2015
- Regiotaxi
- Bijzondere bijstand.
Dit is al vastgelegd in een bestuursopdracht.
Overige zoekrichtingen in het sociaal domein
We onderzoeken of er financiële ruimte gevonden kan worden door:
- De aanpak voor jongeren anders financieren. Er is op dit moment € 400.000 beschikbaar, waarbij mogelijk een deel gefinancierd kan worden uit het re-integratiebudget;
- We ontvangen extra gelden voor de uitvoering van onderwijsachterstandenbeleid (€ 2,4 miljoen in plaats van € 1 miljoen). We onderzoeken of we bestaande kosten voor sociaal medische indicaties kunnen financieren uit deze middelen;
- Mogelijkheid om de straatcoaches te financieren binnen bestaande budgetten van welzijnswerk;
- De uitvoeringskosten van schuldhulpverlening (6%) door te berekenen aan schuldeisers (niet ten koste van inwoners).
Zoekrichtingen binnen subsidiebeleid
We willen kritisch kijken naar de instellingen die subsidie van ons ontvangen. Dit past ook binnen herijking van het subsidiebeleid. Daarbij kijken we onder andere naar de subsidie aan de volksuniversiteit en de dierenopvang.
Zoekrichtingen in het ruimtelijk/ fysieke domein
We onderzoeken of er financiële ruimte gevonden kan worden door:
- Het overbrengen en overlaten van het onderhoud van sportvelden door verenigingen zelf (bijv. via het beschikbaar stellen van een maairobot);
- Het verder omvormen van beplantingen naar gras;
- Het kritisch kijken naar de uitvoering van routekaart Groen, Blauw & Natuur, de inzet van het jaarlijkse reconstructiebudget (jaarlijks € 313.000) en reserve groenfonds;
- Kostendekkingsplan riolering (inclusief effecten afkoppelen): kan hierdoor rioolheffing verlaagd worden?
- Een integrale afweging van alle kosten (directe kosten en ambtelijke uren) die besteed worden aan de Maashorst;
- Besparing van kosten indien besluit genomen wordt om welstand op te heffen. Inclusief het effect in de organisatie van minder aandacht voor ruimtelijke architectuur en landschapsplanning.
Organisatie toekomstbestendig
Het is van belang om te zorgen dat de organisatie toekomstbestendig blijft/wordt. In de afgelopen begroting hebben we geïnvesteerd om op diverse plekken de formatie uit te breiden. Dit op het gebied van de basis op orde, uitvoering en strategische advisering. Investering in de organisatie blijft noodzakelijk en daarom zetten we nadrukkelijk in op:
- Nadrukkelijke inzet op het verlagen van het ziekteverzuim;
- Indien mogelijk extra formatie door te belasten naar initiatiefnemers en/of via leges te verhalen;
- De noodzakelijke formatie-uitbreiding binnen ICT willen we taakstellend "inverdienen" binnen de bedrijfsvoering van de organisatie. We hebben een onderzoek gestart naar de investeringskosten van verdergaande procesoptimalisatie en digitalisering, inclusief welke besparingen dit structureel oplevert.