Samenvatting
In dit hoofdstuk geven we een samenvatting van de uitkomsten van deze rapportage.
Saldo financiële tussenrapportage
+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten | ||||||
Omschrijving | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | ||
Saldo programmabegroting 2019-2022 | 81 | -6 | 146 | -1.814 | ||
Overige ontwikkelingen | -370 | -200 | -180 | 0 | ||
Budgettair neutrale wijzigingen | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
3O-Ontwikkeling | 2.673 | 3.015 | 3.043 | 3.043 | ||
Totaalsaldo | 2.383 | 2.810 | 3.010 | 1.230 |
Het startpunt van deze rapportage zijn de saldi van de programmabegroting 2019-2022. In deze programmabegroting was het saldo voor het jaar 2019 een tekort van € 81.000. Voor het jaar 2020 was er een overschot van € 6.000 en voor 2021 een tekort van € 146.000. Het laatste begrotingsjaar kende een structureel overschot van € 1,8 miljoen.
Door alle financiële ontwikkelingen (3O en overige ontwikkelingen) verwachten we voor alle jaren een tekort. Voor 2019 gaat het om een bedrag van afgerond € 2,4 miljoen. Richting 2020 en 2021 loopt dit op tot € 3 miljoen. Voor het jaar 2022 is er een tekort van € 1,2 miljoen.
Belangrijke oorzaken van het nadeel zijn:
- Hogere kosten voor jeugdzorg (€ 746.000 in 2019 en € 1,7 miljoen vanaf 2020);
- Hogere kosten voor Wmo begeleiding en individuele ondersteuning (afgerond € 1 miljoen structureel);
- Hogere kosten voor Bijzondere bijstand (€ 395.000 structureel);
- Hogere kosten voor de Regiotaxi (€ 225.000 structureel).
Voor deze nadelen verwachten we richting de programmabegroting een nadere analyse en keuzemogelijkheden. De uitwerking hiervan bieden we u aan via een raadsinformatienota.
Het saldo wordt verder bepaald door de volgende 3O-ontwikkelingen:
- Eenmalig extra kosten voor VSO Sonnewijser (€ 462.000);
- Lagere uitvoeringskosten WWB (€ 156.000 structureel vanaf 2020);
- Lagere kosten voor leerlingenvervoer (€ 150.000 vanaf 2019).
Daarnaast bevat deze rapportage een aantal overige ontwikkelingen. Bij deze posten zijn er keuzemogelijkheden. Het gaat om de volgende wijzigingen:
- Verlenging van de pilot straatcoaches (€ 120.000 uit de post onvoorzien);
- Opheffen van de reserve ISV (€ 270.000 voordeel);
- Het afromen van de reserve beheerkosten startersleningen (€ 680.000 verdeeld over meerdere jaren);
- Een aanvraag voor inhuur voor het bestemmingsplan buitengebied van € 200.000.
Conclusie van deze rapportage is dat er nu geen structurele begrotingsruimte richting de programmabegroting 2020-2023 is, zelfs een structureel tekort.
De uitkomsten van de meicirculaire zijn erg bepalend voor onze toekomstige financiële positie. Voor de zomer zullen we op basis van de meicirculaire de financiële positie actualiseren.
Op weg naar een sluitende begroting
Het is van belang om de programmabegroting 2020-2023 meerjarig sluitend te maken. Vanuit financieel solide beleid is dit noodzakelijk. Gezien de forse kostenstijgingen in het sociaal domein is dat een opgave. We willen daarom een aantal onderzoeksrichtingen formuleren richting de kadernota en programmabegroting 2020-2023.
Analyse van de kostenstijgingen en keuzemogelijkheden
De forse kostenstijgingen in het sociaal domein zijn gebaseerd op het voorzetten van het bestaand beleid. We willen richting de kadernota en programmabegroting 2020-2023 in beeld brengen wat de keuzemogelijkheden zijn om het tekort in te kunnen perken. Dit vergt een goede analyse van de kostenstijgingen, we werken dit de komende maanden uit voor de onderdelen jeugdhulp, Wmo 2015, regiotaxi en de bijzondere bijstand. De uitwerking hiervan bieden we u aan via een raadsinformatienota.
Tekorten sociaal domein
De VNG is met het Rijk in gesprek over de tekorten in het sociaal domein omdat er landelijk forse tekorten zijn, met name op het gebied van jeugdhulp. De VNG geeft aan dat er wellicht compensatie komt. Of en hoeveel compensatie er zou kunnen komen is nog onduidelijk. De besluitvorming over de voorjaarsnota van het Rijk is eind april, dan bepaalt het Kabinet waar ze extra geld voor uit trekken. In de maanden daarna zal de VNG een reactie sturen naar de tweede kamer.
Richting de begroting is het dus de vraag of er extra geld komt. De VNG adviseert om rekening te houden met verschillende scenario's.
Analyse van mogelijke voordelen
In deze rapportage zijn met name veel nadelen weergegeven die een structureel effect hebben vanuit de jaarrekening om er voor te zorgen dat we tijdig rekening kunnen houden met de financiële tekorten. We zien echter beperkte voordelen terug omdat deze pas goed zijn in te schatten bij het opstellen van de begroting. We gaan richting het opstellen van de programmabegroting 2020-2023 nadrukkelijk aan de slag met het analyseren van mogelijke voordelen op het gebied van omgevingsvergunningen, inkomensregelingen (BUIG), peuteropvang, mogelijkheden op het gebied van onderwijsachterstandenbeleid en de rentekosten.
Wat kunnen we minder doen?
Afhankelijk van de uitkomsten van de eerdergenoemde onderzoeksrichtingen en de uitkomsten van de meicirculaire onderzoeken we richting de begroting wat we minder kunnen gaan doen om de begroting sluitend te krijgen. Hier informeren we de raad in de Kadernota 2020-2023 verder over.