Programma 5. Zuinig op ons klimaat
1. Wat willen we bereiken?
We willen het evenwicht tussen mens, natuur en economie (People, planet, profit, ofwel de 3 P's) veilig stellen, zodat wij nu, maar straks ook onze kinderen en kleinkinderen, goed kunnen leven. We willen daarin tot de koplopers in Brabant horen. We zijn ervan overtuigd dat dit alleen maar kan met een integrale aanpak. Daarom is duurzaamheid een structureel onderwerp in alle beleidssectoren. We realiseren ons dat duurzaamheidsdoelstellingen ons dwingen om snel grotere stappen te zetten. Maar daarbij moeten we tegelijkertijd realistisch kijken naar enerzijds draagvlak en draagkracht binnen de samenleving en anderzijds de beschikbare middelen en mogelijkheden. In dit programma gaat het om de pijler planet waarbij onze focus zich richt op drie thema's: energie, afval en grondstoffen; klimaatadaptatie en biodiversiteit.
Ingrijpende structurele veranderingen zijn geboden in hoe we hiermee omgaan. Voorwaarde voor deze transities is dat we bereid zijn om de manier waarop we wonen, werken en het landschap inrichten, ingrijpend te veranderen. Daarvoor moeten we ons gedrag aanpassen en moeten inwoners, bedrijven en organisaties anders met elkaar samenwerken. Dit loopt parallel met de invoering van de Omgevingswet. We leggen daarmee dan ook steeds de verbinding. Gegeven de interactie met onze andere opgaven benutten we zo goed mogelijk de kansen van het leggen van onderlinge koppelingen.
De duurzaamheidsopgave betreft heel onze gemeente en gemeenschap. Iedereen moet in beweging komen. Vanuit onze verschillende rollen en door aan de verschillende knoppen van beïnvloeding te draaien, proberen wij dat proces te verbreden en versnellen. Alle betrokkenen, overheid of anderen, binnen en buiten Oss staan voor dezelfde opgaven. We constateren dat het wiel op veel plaatsen wordt uitgevonden. Terwijl in gezamenlijkheid veel bereikt kan worden. Daarom zoeken we voortdurend samenwerking met anderen waar dat ons helpt.
Dit jaar worden op alle overheidsniveaus richtinggevende keuzes voor de energietransitie gemaakt. Het ontwerp Klimaatakkoord heeft geleid tot verdeeldheid over de noodzaak en aanpak van de energietransitie. Wat dit gaat betekenen voor het Rijks- en provinciaal beleid wordt later dit jaar bekend. De keuzes die hier worden gemaakt bepalen voor een belangrijk deel onze opgaven en (financiële) mogelijkheden voor de komende jaren.
Ook binnen onze gemeente maken we dit jaar keuzes die bepalend zijn voor onze ambitie en inzet in 2020 en daarna. Later dit jaar weten wij bijvoorbeeld hoe de lopende bestemmingsplanprocedure voor windpark Elzenburg-De Geer uitpakt, wat de verkenning in de Lithse en Rosmalense Polder oplevert, hoe wij omgaan met initiatieven voor zonnevelden en wat onze leidende principes voor financiële participatie worden. Daarnaast tekenen zich de contouren af van ons aandeel in het bod aan het rijk via de regionale energiestrategie(RES) NoordOostBrabant en stellen we begin 2020 een Warmtevisie vast die duidelijk moet maken hoe wij in de periode daarna Oss wijk voor wijk gasloos maken.
De openbare ruimte vormt een belangrijk visitekaartje voor onze gemeente. Inwoners, bedrijven en overige gebruikers komen elkaar hier tegen, ieder met een eigen visie en belang. De inrichting en het beheer dragen bij aan een toekomstbestendige, groene, gezonde en klimaatrobuuste gemeente.
2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten?
Klimaatrobuuster en meer biodiversiteit
Via stresstesten (oss.klimaatatlas.net) hebben we meer zicht op kwetsbaarheden van Oss door klimaatverandering. Een grotere kans op hevige regens, langdurige droogte en meer warme dagen vraagt om aanpassingen in de buitenruimte van onze gemeente en om aanpassing in het gedrag van ons als inwoners. We werken de gevoeligheden in 2019/2020 verder uit naar concrete doelstellingen en een uitvoeringsprogramma zoals landelijk is afgesproken. Dat doen we onder andere lokaal via een risicodialoog met belangenbehartigers en inwoners en in een gezamenlijke aanpak via de regio Noordoost Brabant (NOB).
Met meer aandacht voor groen en met name bomen worden we klimaatrobuuster en vergroten we de biodiversiteit. We geven verder invulling aan de routekaart Groen Blauw Natuur. We gaan ca 2000 bomen extra aanplanten met dekking uit het groenfonds. Het boomstructuurplan is daarbij voor de locaties leidend. We komen met een stimuleringsregeling voor groene daken en groene gevels voor particulieren en bedrijven (dekking groenfonds en rioleringsfonds) en stimuleren daarmee klimaatrobuust en natuurinclusief bouwen.
Bij integrale aanpak van projecten in de openbare ruimte geven we prioriteit aan afkoppelen van hemelwater en klimaatrobuuste en biodiverse groenvoorzieningen.
We stimuleren en helpen inwoners bij vergroening en anders omgaan met hemelwater op eigen terrein, onder andere via Steenbreek, Orde van de Klauw, Groene schoolpleinen, Praktisch Groen en Bewoners Beheren Buurt.
Kansgestuurd beheren van de openbare ruimte
In de programmabegroting 2019-2022 verhoogden we de structurele budgetten voor noodzakelijke tijdige vervangingen van met name openbaar groen en verhardingen. We maken dat onder andere via het integraal uitvoeringsprogramma (IUP) en de projecten daaruit in de komende jaren meer inzichtelijk. We komen daarvoor met een nieuw Integraal Uitvoeringsprogramma die we integraal bespreken bij het opstellen van de begroting.
Energiebesparing & Warmtevisie
In het najaar bespreken we met de raad de uitvoeringsagenda voor energiebesparing. Daarnaast laten we zien waartoe wij gehouden zijn op basis van (inter)nationale afspraken, wet- en regelgeving. Wij verwachten dat het Klimaatakkoord dan is vastgesteld en aangeeft wat de inbreng van voor ons relevante sectoren (wonen, werken en mobiliteit) moet zijn. Wij geven hierbij aan welke verantwoordelijkheden en mogelijkheden de gemeente heeft, ook voor wat betreft onze eigen gebouwen en voertuigen. Het gaat hierbij om zowel 'technische' maatregelen (zoals BENG, gasloos bouwen, zonnepanelen en laadpalen) als om maatregelen op het gebied van gedragsverandering bij inwoners als ondernemers. Wij vragen de raad om hierbij keuzerichtingen aan te geven. De consequenties van deze keuzes nemen wij mee in de programmabegroting.
We gaan van het gas af en de gemeente voert de regie over deze transitie. Na vaststelling van de Warmtevisie begin 2020, gaan we Warmteplannen per wijk opstellen en uitvoeren. We betrekken de bewoners intensief bij de keuzes voor aardgasvrije oplossingen voor hun wijk en woning. Samen met de corporaties spreken we af welke wijk we als eerste gasloos maken. Deze participerende aanpak vraagt veel tijd en inspanning en daarmee om de inrichting van een stevige projectorganisatie. Wij maken ons, samen met anderen (o.a. binnen de RES, de VNG en de G40) hard voor financiële ondersteuning door het Rijk. Als het Rijk geen of onvoldoende middelen ter beschikking stelt voor de uitvoeren van de Warmteplannen, dan raakt dat het welslagen van de Warmtevisie. Wij verwachten dat de bespreking van het Klimaatakkoord ook op dit punt duidelijkheid gaat geven. Eventueel benodigde extra middelen zullen wij zichtbaar maken in de programmabegroting.
Grootschalige opwekking duurzame energie en RES
Welke keuzes er in 2019 ook worden gemaakt, initiatiefnemers voor wind- en zonneparken zullen bij ons hun aanvragen indienen voor een omgevingsvergunning. En wij zullen die in behandeling moeten nemen. Lopende windinitiatieven (Elzenburg-De Geer en Lithse Polder) blijven onze aandacht vragen. En in regioverband worden wij geacht om aan te geven hoe wij in Noordoorst Brabant de energietransitie vormgeven.
Tegelijkertijd weten we dat de maatschappelijke impact van grootschalige opwekking groot is. Om die reden willen we ook hier een zorgvuldige maatschappelijke dialoog voeren. Afgaande op de ervaringen Elzenburg-De Geer vraagt deze dialoog veel tijd en capaciteit. Dat is ook nodig omdat de regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening ons verplicht tot zeer zorgvuldige procedures. Wij merken nu al dat dit leidt tot vertraging in de besluitvorming en daarmee tot vertraging bij de realisatie van onze doelen. Dit maakt ook dat wij moeten zorgen voor voldoende en deskundige ambtelijke capaciteit op het gebied van project- en omgevingsmanagement en van juridische en ruimtelijke expertise.
Per project zullen we steeds nagaan welke rol wij willen en kunnen spelen en hoe wij onze kosten kunnen dekken. Bijvoorbeeld door onze kosten zoveel mogelijk terug te vragen aan de initiatiefnemer. Als we dit via voorfinanciering doen lopen we wel risico als het project niet doorgaat. Ook hier verwachten wij een financiële bijdrage van het Rijk, iets waarvoor wij ons o.a. in RES-verband hard maken.
Onze ambitie voor grootschalige opwekking is groot. we willen tot de koplopers behoren. Deze ambitie moet gedragen worden door onze mogelijkheden om deze waar te maken. Als dat niet kan, zullen we onze ambitie moeten bijstellen.
Inzetten op de grondstoffentransitie
In 2020 en daarna blijven wij ons inzetten voor een verantwoord grondstoffengebruik, het tegengaan van verspilling en het toepassen van minder belastende materialen. Daarbij richten we ons niet alleen op huishoudelijk afval maar nadrukkelijk ook op het bedrijfsleven dat zowel aan het begin van de materiaalketen als aan het einde daarvan de grootste invloed heeft. Wij gaan met het bedrijfsleven in gesprek over hoe we de afspraken uit het Grondstoffenakkoord vertalen naar Oss. Een en ander wordt uitgewerkt in het programma Vitale Economie.
Vast staat dat we met de huidige aanpak onze ambities met betrekking tot huishoudelijk afval niet gaan realiseren. Dit jaar maakt de gemeenteraad een keuze voor een ander beleid voor huishoudelijk afval. In 2020 gaan wij deze keuze implementeren en uitvoeren. De voor de implementatie, communicatie en uitvoering benodigde extra middelen, zijn afhankelijk van de te maken keuzes. De financiële gevolgen leggen wij in de programmabegroting voor aan de raad. De verwachting nu is dat een structurele verhoging van de afvalstoffenheffing onvermijdelijk is om kostendekkend te blijven.