Bijlage 1: Meicirculaire 2019

Bijlage 1: Meicirculaire 2019

Samenvatting

In deze bijlage geven we een totaaloverzicht van de uitkomsten van de meicirculaire 2019. We beginnen met een samenvattend overzicht in de tabel. Daarna lichten we elk onderwerp toe. In het tweede deel van de bijlage geven we een nadere analyse van de uitkomsten.

Omschrijving20192020202120222023
Meicirculaire 2019-6061.000-6086.000-5242.000-2849.000-3879.000
Loon- en prijsstijgingen 202002646.0002656.0002627.0002628.000
Extra loon- en prijsontwikkeling01000.000800.000600.000600.000
Loon- en prijsstijgingen sociaal domein2157.0002157.0002157.0002157.0002157.000
Verhogen budget jeugdzorg543.0000000
Integratie-uitkeringen sociaal domein1809.000779.000784.000816.000844.000
Verlagen budget participatie (WSW)0000-425.000
Verhogen leeftijdsgrenzen gezinshuizen12.00034.00044.00053.00063.000
Invoering Wet verplichte GGZ0120.000120.000120.000120.000
Brede impuls combinatiefuncties/buurtsportcoaches66.00066.00066.00066.00066.000
Gezond in de stad19.00019.00019.00000
Bonus beschut werken150.0000000
Armoedebestrijding kinderen0-10.000-10.000-10.000-10.000
Maatschappelijke begeleiding111.0000000
Verhoging taalniveau statushouders106.000106.000000
Sportakkoorden15.0000000
Kerkenvisies50.0000000
Saldo meicirculaire-1023.000831.0001394.0003580.0002164.000

+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000

Omschrijving

2019

2020

2021

2022

2023

Samen de trap op/ af (accres)

353

1.411

1.948

2.539

431

Extra gelden jeugdzorg

-1.710

-1.706

-1.711

0

0

Extra afrekening 2018

580

0

0

0

0

Plafond BTW compensatiefonds

475

475

475

475

475

Korting apparaatskosten gemeenten

0

0

0

0

612

Overige Rijksontwikkelingen

-721

651

682

566

646

Totaal

-1.023

831

1.394

3.580

2.164

Samen de trap op en af
De ontwikkeling van de algemene uitkering hangt voor een belangrijk deel af van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens de normeringssystematiek (samen de trap op en af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. Vanaf 2020 dalen de accressen fors. Dit wordt hoofdzakelijk bepaald door een lagere loon- en prijsontwikkeling berekend door het Centraal Planbureau. Op de rijksbegroting wordt voor dat doel minder geraamd. De prijzen dalen van 2% naar 1,5% en de lonen dalen van 3,5% naar 2%. Dit cumuleert naar de jaren erna zodat het accres steeds negatiever wordt. In het jaar 2023 wordt verwacht dat accres stuk positiever is dan 2022. Op basis van huidige inschattingen (ervaringen uit het verleden), de CAO onderhandelingen (die spreken over stijgingen tussen de 3% tot 4% per jaar), de prijscompensatie in het sociaal domein (OVA indexcijfer voor 2020 is 2,52%), prijsindexeringen van subsidies is sluit dit geheel niet aan bij de verwachting. De compensatie voor loon- en prijsontwikkeling is dus veel te weinig.

Extra gelden uitvoering Jeugdzorg
Het Rijk heeft besloten om extra middelen tot te voegen voor jeugdzorg. In 2019 gaat het om € 2,3 miljoen en in 2020 en 2021 om jaarlijks € 1,7 miljoen. Aanvullend wordt onderzoek verricht om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten extra middelen nodig hebben. Daarnaast worden de komende maanden bestuurlijke afspraken gemaakt tussen Rijk en VNG over hoe het jeugdstelsel effectiever, efficiënter en beter kan gaan functioneren.

Afrekening 2018
Het gemeentefonds over 2018 is definitief vastgesteld. De werkelijke rijksuitgaven over 2018 waren lager dan verwacht. Daarnaast is er een tegenvaller vanuit het BTW compensatiefonds. Gemeenten hebben meer gedeclareerd dan verwacht. Beide leiden tot een negatieve afrekening over 2018 van € 1.060.000. We hadden al rekening gehouden met een nadeel van € 480.000. Per saldo dus een extra nadeel van € 580.000. Voorgesteld wordt om dit extra nadeel te onttrekken uit de algemene reserve (het positieve saldo van 2018 is hierin gestort).

Plafond BTW compensatiefonds
Gemeenten kunnen (voor een groot deel) kosten van BTW declareren bij het BTW compensatiefonds. Dit fonds heeft landelijk gezien een plafond. Wordt er minder BTW gedeclareerd, dan wordt het verschil toegevoegd aan de algemene uitkering. Wordt er meer BTW gedeclareerd dan wordt dit ten laste van de algemene uitkering gebracht. De laatste jaren heeft het Rijk een inschatting gemaakt dat er minder BTW door gemeenten wordt gedeclareerd. De provincie heeft bepaald dat alleen een raming aan inkomsten mag worden geraamd op basis van de werkelijke cijfers 2018.  Omdat gemeenten steeds meer declareren is de ruimte steeds kleiner geworden en kunnen we minder inkomsten ramen. Dit betekent een nadeel van structureel € 475.000.

Korting apparaatskosten opschaling gemeenten
In het regeerakkoord is opgenomen dat het Rijk streeft naar minder en grotere gemeenten. De gedachte vanuit het Rijk is dat de beoogde opschaling van gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Dit leidt tot een uitname uit het gemeentefonds. In totaal is voor deze operatie een structurele bezuiniging van € 975 miljoen opgenomen (2025). Voor het jaar 2023 betekent dit een aanvullende bezuiniging van € 612.000.

Overige Rijksontwikkelingen
Binnen de overige Rijksontwikkelingen treden diverse effecten op door onder andere:

  • Toename van hoeveelheden binnen het totaal van alle maatstaven, waarbij er met name een positief effect optreedt.
  • Nadeel door extra raming loon- en prijsontwikkeling vanaf 2020.
  • Diverse overige mutaties.
ga terug